Welkom op onze website van goudvis tot sluierstaartvis


Onze goudvis en sluierstaart is misschien wel de meest gehouden siervis van de wereld.
De goudvis is een gekweekte ondersoort van de zilverkroeskarper of giebel (Carassius auratus auratus), die voorkomt in het oosten van Azië. Maar de laatste jaren ook af en toe in andere zilverkroeskarpergebieden met een gematigd tot subtropisch klimaat voorkomt. De zilverkroeskarper is nauw verwant aan de hier inheemse kroeskarper (Carassius carassius).
De giebel bewoont in haar thuislanden rivieren, stroompjes, beken, vijvers en sloten, waar zij zich in zowel stilstaand als stromend water thuis voelt. In de leefgebieden van de zilverkroeskarper varieert de temperatuur van 10°C tot 32°C, al worden temperaturen buiten dit gebied ook goed verdragen. In twee tot drie jaar heeft een giebel de gelegenheid om 30 centimeter in lengte te groeien en 2,5 kilo zwaar te worden. In het broed van de zilverkroeskarper zitten altijd wel een aantal goudgele of oranjekleurige jongen. Bijna 2000 jaar geleden werden deze opvallend gekleurde vissen al in Zuid-Chinese vijvers gekweekt en hieruit is goudvisde voorvader van alle tegenwoordig bekende goudvis variëteiten onstaan.  Internationaal wordt de gewone goudvis aangeduid met de naam Carassius auratus auratus.
De goudvis en haar variëteiten zijn een resultaat van meer dan 1700 jaar van mutaties en evolutie. De mens heeft van het begin af aan een dikke selectieve vinger in de pap gehad bij deze ontwikkelingen. De meeste mutaties vererven recessief ten opzichte van de wildvorm. Daarom hebben goudvissen, ook na duizenden jaren van nakweek, een sterke neiging om terug te ontwikkelen naar de zilverkroeskarper. Dat is in de praktijk met name te zien aan de vele jonge goudvisjes die grijs tot zwart zijn en blijven.
Hieronder vindt u een overzicht van belangrijke mijlpalen in het verleden van de goudvishistorie. Gegevens zijn bekend vanaf het jaar 265. Van de perioden daarvoor is helaas weinig tot niets bekend.

Chun Dynastie (265-419) Het eerst geregistreerde geval van een oranjegekleurde goudvis in China.
Tang Dynastie (618-907) Goudvissen worden in gevangenschap gehouden bij Boeddhistische kloosters; de bloedlijn van de ‘gewone goudvis’ is waarschijnlijk stabiel.
Nan Song Dynastie (1127-1279) Goudvissen worden vanaf nu ook in vijvers van van de elitaire burgerij gehouden; witte en rood-witte kleurmutaties zijn in ontwikkeling.
1189 De allereerste tweekleurige goudvis.
Ming Dynastie (1368-1644) Goudvissen worden binnenshuis gehouden als huisdier, er wordt geselecteerd op monstrueuze mutaties, dubbele staart- en anaalvin wordt genoteerd, goudvissen zonder rugvin en met verkort lichaam zijn in ontwikkelin, eivis voor het eerst geregistreerd.
1590 Red Cap ( Tancho ) geregistreerd.
1592 Telescoopoog geregistreerd.
1596 Metalic en calico kleur, goudvissen houden is volledig ingeburgerd.
1603 De eerste goudvis geëxporteerd naar Japan.
1611 De eerste goudvis geëxporteerd naar het Europese vasteland (Portugal).
Ching Dynastie Eerste gevallen van blauwe en bronzen kleurmutaties.
1700 – 1710 Kwekerijen voor goudvissen ontstaan in Japan.
1728 Eerste kweek van goudvissen op het Europese vasteland ( Nederland).
1870 Kweek van hemelkijker ( Celestial eye ).
1874 De eerste goudvis geëxporteerd naar het Amerikaanse vasteland.
1893 Oranda ( Leeuwenkopsluier) als kweekvorm geregistreerd (Oranda = Nederlands).
1900 Pompoenvis en Parelschub geïntroduceerd, Shubunkin ontwikkeld in Japan.
1908 Blaasoog ontwikkeld.
1911 Nakweek met gekrulde kieuwdeksels.
Begin 1900 Komeet- en sluierstaarten geregistreerd.
1934 Standaard vastgesteld voor Bristol shubunkin in Engeland.
2010 De goudvis is wereldwijd het meest populaire huisdier.

Het toenemen van het kweken met goudvissen begon rond het jaar 970. Door de gouverneur van de provincie Zhesiang in China. De gouverneur Ting Yen Tsan was erg onder de indruk ruynkinvan de ‘gouden chi’, zoals men de eerste mutanten van de giebel destijds noemde. Hij hield de eerste goudvissen in een aantal vijvers vlak buiten de grote stad Jiaxing. Het was in die tijd (nu ook nog) de normaalste zaak om ‘gebakken giebel’ op het menu te hebben. Om zijn geliefde goudvissen van het kookfornuis te redden, stelde hij ze onder bescherming. Het was en nogal excentrieke persoon en benoemde de vijver tot “de vijver voor de emancipatie van de dieren”. Hier bleek in de praktijk weinig van, alle vissen behalve goudvissen mochten gevangen worden voor op te eten.
De Chinezen kregen meer en meer de behoefte om namen te geven aan bepaalde bloedlijnen red capbinnen het soort. Men gebruikte daarvoor uitgebreide beschrijvingen van kleurschakeringen, zoals we bij de Koi ook gewend zijn van de Japanners. Termen als ‘roze van de pruimenbloesem’ of ‘vleeskleurig rood, als van een konijnenboutje’ zijn hiervan mooie voorbeelden.
Vanaf de twaalfde eeuw werden goudvissen door keizer en adellijke mensen in speciale vijvers gehouden. Later ook door rijke burgers. Door het opklauterende succes van de goudvis kwamen er gerichte kwekerijen en vanaf dat moment is de goudvis een huisdier, een gedomesticeerde vis.
ranchuNadat de liefhebbers goudvissen in grote aardewerken schalen gingen houden, groeide de belangstelling voor de goudvis enorm. Omdat men niet door aardewerk heen kan kijken, bekeek men de dieren van bovenaf.
Net als bij Koi nu, werden de goudvissen toen, geselecteerd op kenmerken die het kijkgenot van bovenaf op een hoger niveau brachten.
Van 1547 tot 1643 was een periode waarin talrijke bekende kenmerken van de goudvissen werden gekweekt. Ik noem hier woekeringen op de kop, uitpuilende ogen, golvende, dubbele staartvinnen, enzovoorts.pearl scale
Rond 1600 zijn er een aantal goudvissen van China naar Japan gebracht door handelaars die met hun schepen goederen brachten in de Japanse haven Sakai.
Ook in Japan werden de goudvissen door edellieden, hoge krijgslieden ( samurai ) en rijke kooplieden gehouden. Later in de achtiende eeuw begon de goudvis zich te verspreiden onder de gewone bevolking ondanks het feit dat ze zeer duur waren. Wat leidde tot de eerste Japanse goudviskwekerijen in de begin jaren van telescoop sluier1720. In 1895 introduceerde Japan Telescopen uit China, die zou worden gebruikt voor kweken van een ander ras, de Demekin. In deze periode werd ook de Shubunkin en Azuma Nishiki (net als de Oranda calico) gekweekt. In het begin van de twintigste eeuw  werd er eveneens uit China, de Bubble eye  en de Celestial eye ingevoerd.
In 1920, Japan wordt een van de grootste exporteurs in de Goldfish wereld, zowel op lokaal of van Chinese variëteiten.
Tegenwoordig heeft Japan wereldwijd het grootste aandeel in export van goudvissen.

Nog steeds wordt de goudvis in China als een symbool voor rijkdom en geluk beschouwd.

Bron: Bristol Aquarists’ Society, Great Britain.
Bron: aquaticcommunity.com